Landelijk ontwikkelt zich een discussie om de invoering van de WMO uit te stellen. Zo ver is het nog lang niet, mogelijk buigt de Tweede Kamer zich 20 februari over de kwestie. Vooralsnog volgt het CDA Sluis in deze nog de volgende uitgangspunten:

1. De verantwoordelijkheidsverdeling: gemeenten worden verantwoordelijk voorondersteuning bij zelfredzaamheid en participatie. Verpleging en verzorging wordt onderdeel van het verzekerd pakket op grond van de Zorgverzekeringswet.

Wij zijn niet blij met de beweging van de staatssecretaris om de ondersteuning voor verzorging te scheiden van die voor begeleiding. Gegeven de kennelijke hardheid van de opvatting van de staatssecretaris, achten wij het in het belang van de inwoners van de gemeente dat helderheid bestaat over de taakverdeling tussen gemeenten en zorgverzekeraars. Bij ons bestaan vraagtekens of en in hoeverre de financiële dekking voldoende zal zijn om invulling te geven aan de realisatie van noodzakelijke passende (maatwerk-)arrangementen voor burgers die zowel afhankelijk zijn van ondersteuning als van verzorging en verpleging. Wel zijn wij gelukkig dat het aanvankelijke verdeling van 5% van de verantwoordelijkheidstoedeling voor verpleging en verzorging aan gemeenten is komen te vervallen, omdat dit in de praktijk een nauwelijks hanteerbaar element zal blijken te zijn.

2. Samenwerking in de wijk: de wijkverpleegkundige participeert in het sociaal wijkteam.

Wij zijn tevreden over het bereikte resultaat dat voorziet in een borging van de deelname van de (wijk-)verpleegkundige aan de lokale sociale teams. Deze borging is naar onze opvatting essentieel voor een goede en optimale dienst- en zorgverlening aan onze inwoners en het gemeenschappelijke streven van Zorgverzekeraars en Gemeenten om te komen tot integrale en afgewogen zorg- en maatwerkarrangementen. Wij spreken de hoop uit dat de globale samenwerkingskaders die door VNG en Zorgverzekeraars Nederland worden geformuleerd voldoende ruimte bieden om toe te passen op specifieke lokale invulling van hulp- en zorgverleningmodellen.

3. Financiële middelen voor zorgvuldige overgang en vernieuwing maatschappelijke ondersteuning.

Wij nemen met enige tevredenheid kennis van de additionele middelen zoals door u aangegeven voor 2015 en 2016. Gelet op de grote bezuinigingen waarmee de gemeenten geconfronteerd worden, in het bijzonder gemeenten als de onze met een bovengemiddeld hoog aantal inwoners van 75 jaar en ouder, voldoende zal blijken te zijn om de beoogde besparing te kunnen opvangen. Wij spreken de wens uit dat bij de toekenning van deze middelen met dergelijke bijzonderheden voldoende rekening zal worden gehouden.

4. Gezamenlijke transformatieagenda.

Het initiatief van de VNG sluit aan bij lokale en regionale initiatieven die tot ontwikkeling komen. Wij hechten eraan op te merken dat de uitwerking dienstig zal zijn aan de lokale en regionale ontwikkelingen en deze waar mogelijk versterken.

5. Wet maatschappelijke ondersteuning 2015

Wij nemen van de opmerkingen kennis en delen uw opvatting als er in het verdere verloop van het wetgevingstraject geen nieuwe onvoorziene en essentiële hobbels zullen ontstaan, vergelijkbaar met de gewijzigde opvatting van de heer van Rijn over de verzorging en verpleging.